Ondernemen · 11 min

Wil je echt beginnen met ondernemen? Ga dan

16 augustus 2026

Daniëlle Eerenberg schrijft in een notitieboek, zittend in een fauteuil bij raamlicht

Je zegt dat je ervoor gaat. Maar ga je er ook echt voor?

“Ik wil echt heel graag voor mezelf beginnen.”

Oké. Wanneer ga je beginnen?

“Ja, maar eerst moet mijn website nog af.”

Oké.

Drie maanden later is de website bijna af, maar moet het aanbod nog iets scherper. Daarna blijken er nog goede foto's nodig te zijn. Vervolgens moet er nog iets met Instagram, is het bijna zomervakantie en kun je misschien beter in september beginnen. En als september eenmaal voorbij is, is januari natuurlijk eigenlijk een veel logischer moment.

Ik chargeer een beetje, maar volgens mij herkennen best veel mensen dit. We zeggen heel makkelijk dat we ergens écht voor willen gaan. Een eigen bedrijf beginnen, meer omzet maken, een nieuwe dienst lanceren, eindelijk zichtbaar worden of iets compleet anders gaan doen. Alleen bedoelen we daar vaak stiekem iets anders mee: ik wil er heel graag voor gaan, zolang ik daarvoor niet te veel hoef te veranderen.

En volgens mij werkt het zo niet.

Ergens voor gaan betekent dat iets anders tijdelijk minder belangrijk wordt.

Ik hoor heel vaak dat mensen op zoek zijn naar balans tussen werk en privé. Begrijp me niet verkeerd: ik vind het ook heerlijk als alles lekker loopt, ik tijd heb voor mijn gezin, mijn bedrijven goed draaien en ik 's avonds ook nog ergens rustig op de bank kan zitten.

Maar ik geloof niet dat je altijd in balans kunt zijn. Sterker nog, ik denk dat er periodes zijn waarin je bewust moet accepteren dat je even uit balans bent als je iets nieuws wilt bouwen.

Als je een bedrijf start, gaat dat tijd kosten. Als je ineens hard wilt groeien, gaat dat energie kosten. Als je een nieuw product in de markt zet, zul je daar aandacht aan moeten geven. En die tijd, energie en aandacht komen ergens vandaan.

Dat betekent niet dat je je kinderen zes maanden niet hoeft te zien, dat je relatie er niet meer toe doet of dat je iedere avond tot drie uur 's nachts moet werken. Dat is ook helemaal niet mijn punt. Mijn punt is dat je niet alles tegelijkertijd op nummer één kunt zetten.

Je kunt niet zeggen: ik wil hier nu echt álles aan doen om mijn bedrijf van de grond te krijgen, maar ik wil wel iedere avond om tien uur in bed liggen, mijn weekenden volledig vrijhouden, geen geld investeren, geen risico lopen en eigenlijk wil ik ook dat mijn huidige leven verder precies hetzelfde blijft.

Dan wil je het misschien wel heel graag, maar je hebt nog niet besloten wat je ervoor over hebt.

De “ja, maar” is vaak het echte probleem.

Ik hoor bij mensen die willen ondernemen ontzettend veel voorwaarden. “Ja, maar ik moet eerst een goede website hebben.” “Ja, maar ik weet nog niet precies wat ik moet aanbieden.” “Ja, maar ik heb nog geen klanten.” “Ja, maar ik moet misschien eerst iemand aannemen.” “Ja, maar ik heb nog niet genoeg kennis.” “Ja, maar er zijn al zoveel mensen die dit doen.”

Ja, maar. Ja, maar. Ja, maar.

Op een gegeven moment moet je jezelf afvragen of al die voorwaarden echt noodzakelijk zijn om te kunnen beginnen, of dat je ze hebt gecreëerd omdat beginnen gewoon heel spannend is.

Want dat laatste snap ik heel goed. Ik vond ondernemen in het begin zelf ook doodeng. Ik had ook graag vooraf de bevestiging gehad dat het allemaal goed zou komen. Alleen bestaat die bevestiging niet. Niemand kan je vertellen dat jouw bedrijf een succes wordt. Niemand kan garanderen dat klanten jouw aanbod gaan kopen en niemand kan je vooraf precies vertellen hoe je bedrijf er over drie jaar uitziet.

Sterker nog, ik durf inmiddels wel te zeggen dat het sowieso anders gaat lopen dan je nu denkt.

Het gaat toch nooit zoals je het hebt bedacht.

Dat is misschien een van de belangrijkste dingen die ik over ondernemen heb geleerd. Je kunt een prachtig plan maken en dat moet je ook vooral doen als dat je helpt, maar de werkelijkheid gaat zich niet aan jouw plan houden.

Je begint met het idee dat je één soort klant wilt helpen en ontdekt onderweg dat een heel andere doelgroep veel beter bij je past. Je bedenkt een aanbod waarvan je zeker weet dat iedereen erop zit te wachten en niemand koopt het. Vervolgens doe je iets wat je bijna als experiment probeert en ineens slaat dat wel aan.

Je komt mensen tegen die deuren openen waarvan je niet eens wist dat ze bestonden. Je verliest klanten waarvan je dacht dat ze jarenlang zouden blijven. Er komen kansen voorbij die je nooit in je businessplan had kunnen zetten, simpelweg omdat je toen nog niet wist dat ze bestonden.

Daarom snap ik soms niet waarom mensen vóórdat ze beginnen alles al opgelost willen hebben. Dat kán helemaal niet. Je probeert antwoorden te bedenken op vragen die je pas krijgt als je onderweg bent.

Je hoeft niet te weten wat stap twintig is. Je moet stap één zetten en daarna kijken wat stap twee blijkt te zijn.

Je hebt waarschijnlijk helemaal geen perfecte website nodig.

Dit is ook zo'n ding. Ik zie mensen ontzettend veel tijd stoppen in alles rondom hun bedrijf, behalve in het bedrijf zelf.

Een logo. Een huisstijl. Een website. Social media. Een visitekaartje. Een systeem. Een cursus. Nog een cursus. Misschien toch een andere bedrijfsnaam.

Allemaal dingen die nuttig kunnen zijn. Ik heb zelf natuurlijk ook websites, logo's, systemen en alles wat daarbij hoort. Maar geen van die dingen maakt je ondernemer.

Je wordt ondernemer als iemand bereid is te betalen voor wat jij aanbiedt.

Dat is uiteindelijk de test.

Dus als jij zes maanden bezig bent met het voorbereiden van je bedrijf, maar nog nooit aan iemand hebt gevraagd of die jouw dienst wil kopen, dan ben je misschien ontzettend hard aan het werk, maar je bent nog niet echt aan het testen of jouw bedrijf werkt.

En ja, dat is veel spannender dan een lettertype uitkiezen.

Want een lettertype kan geen nee zeggen.

Een potentiële klant wel.

Misschien ben je niet lui. Misschien ben je gewoon bang.

Dat vind ik belangrijk, want ik geloof helemaal niet dat mensen die niet beginnen per definitie lui of ongemotiveerd zijn. Vaak juist niet. Het zijn regelmatig ontzettend slimme mensen die overal over nadenken, alle scenario's zien en heel goed kunnen bedenken wat er eventueel mis zou kunnen gaan.

En dat kan behoorlijk verlammend werken.

Zeker als je perfectionistisch bent of heel veel in je hoofd zit, kun je jezelf fantastisch wijsmaken dat je nog iets moet uitzoeken voordat je kunt beginnen. Je maakt een plan voor het plan, denkt nog een keer na over het plan en ondertussen voelt het alsof je heel serieus met je onderneming bezig bent.

Maar onder al die praktische bezwaren zit soms gewoon één vraag: ben ik wel goed genoeg?

Wat als ik mezelf laat zien en mensen vinden er iets van? Wat als ik zeg dat ik ergens goed in ben en iemand vindt van niet? Wat als niemand koopt? Wat als ik faal?

Dan kun je natuurlijk nóg een cursus gaan volgen. Maar misschien moet je jezelf iets anders vragen: wat heb ik nodig om mezelf toestemming te geven om het gewoon te proberen?

Van wie heb jij eigenlijk toestemming nodig?

Ik geloof inmiddels heel erg in vertrouwen op mijn eigen gevoel en mijn eigen intuïtie. Maar ik ben daar niet op een dinsdagochtend mee wakker geworden. Ik heb daar heel veel innerlijk werk voor gedaan.

Dus ik vind het ook een beetje makkelijk als mensen zeggen: “Je hebt niemands goedkeuring nodig behalve die van jezelf.”

Ja, leuk.

Maar soms ben je daar gewoon nog niet.

Soms heb je wél even iemand nodig die zegt: ik denk dat jij dit kunt. Dat had ik zelf in het begin ook. Mensen om mij heen zagen eerder dan ik dat ik voor mezelf kon beginnen. Mijn man gaf mij het gevoel dat ik mocht springen en dat we het wel zouden oplossen als het niet lukte.

Dus heb je toestemming nodig? Ga hem dan halen.

Bel je moeder, je vader, je broer, je zus, je partner of je beste vriendin. Vertel wat je wilt doen. Zeg desnoods letterlijk: “Ik vind dit doodeng en ik heb even nodig dat jij zegt dat ik dit kan.”

Niks mis mee.

Maar daarna moet je wel gaan.

Ervoor gaan betekent concessies doen.

En daar zit voor mij uiteindelijk de kern. Als jij écht iets anders wilt dan wat je nu hebt, zul je ook iets anders moeten gaan doen dan wat je nu doet.

Misschien betekent dat een tijdje 's avonds werken. Misschien moet je ergens geld in investeren terwijl je nog niet honderd procent weet wat het oplevert. Misschien moet je een afspraak afzeggen. Misschien moet je eerder opstaan. Misschien moet je hulp regelen met de kinderen. Misschien moet je stoppen met iets anders. Misschien moet je genoegen nemen met een website die een zeven is in plaats van een tien.

Welke concessie nodig is, verschilt voor iedereen. En het hoeft ook niet voor altijd.

Dat vind ik een belangrijk verschil.

Ik pleit helemaal niet voor een leven waarin je permanent uit balans bent en ondernemen altijd boven alles gaat. Volgens mij houd je dat uiteindelijk ook helemaal niet vol. Maar er zijn wel periodes waarin iets extra aandacht nodig heeft.

Als je een baby krijgt, verwacht je ook niet dat je leven de eerste maanden exact hetzelfde blijft. Waarom verwachten we dat soms wel als we een bedrijf proberen te bouwen?

Iets nieuws heeft aandacht nodig voordat het zelfstandig kan staan.

Wat heb je de afgelopen maand daadwerkelijk gedaan?

Dit is misschien de meest confronterende vraag die ik iemand kan stellen die tegen mij zegt dat hij of zij “er echt voor gaat”.

Niet: hoeveel heb je erover nagedacht?

Niet: hoeveel plannen heb je gemaakt?

Niet: hoeveel podcasts heb je geluisterd, cursussen gevolgd of gesprekken gevoerd?

Wat heb je daadwerkelijk gedaan?

Heb je je aanbod aan iemand verkocht? Heb je die potentiële klant gebeld? Heb je je bedrijf ingeschreven? Heb je verteld wat je doet? Heb je een prijs genoemd? Heb je iets gepubliceerd terwijl je het eigenlijk nog niet perfect vond?

Of ben je vooral heel druk bezig geweest met alles wat eerst nog moet voordat je volgens jezelf écht kunt beginnen?

Dat antwoord hoef je trouwens niet aan mij te geven. Het interessante is vooral of je eerlijk genoeg bent om het aan jezelf te geven.

Je hoeft niet roekeloos te zijn. Je moet wel gaan.

“Gewoon gaan” betekent voor mij niet dat je zonder nadenken je baan moet opzeggen, al je spaargeld moet investeren en dan maar moet hopen dat alles goedkomt.

Je mag nadenken. Je mag bang zijn. Je mag risico's afwegen. Je mag een vangnet regelen. Je mag hulp vragen. Je mag twijfelen.

Maar er komt een moment waarop nadenken niets meer toevoegt.

Dan weet je genoeg om één stap te zetten.

En als je die stap niet zet, is het misschien tijd om te stoppen met jezelf vertellen dat je er echt voor gaat.

Misschien wil je het namelijk wel heel graag, maar wil je nog liever dat alles blijft zoals het is.

Ook dat mag.

Maar wees daar dan eerlijk over.

En als je diep van binnen voelt: nee, ik wil dit écht?

Kom op dan.

Ga.