Ondernemen · 8 min
Waarom ik ben gaan ondernemen (terwijl ik dat eigenlijk helemaal niet durfde)
16 augustus 2026

Als je mij nu kent, is de kans best groot dat je denkt dat ik altijd al ondernemer wilde worden. Mensen zeggen tegenwoordig regelmatig tegen mij: “Jij bent echt een rasondernemer.” Nou, dat beeld had werkelijk niemand vroeger van mij. Ik zelf al helemaal niet.
Ik had geen grote droom om ondernemer te worden. Ik had niet bedacht dat ik voor mijn veertigste meerdere bedrijven wilde hebben, ik had geen ondernemersplan klaarliggen en ik was ook niet zo iemand die dacht: geef mij maar alle onzekerheid van het ondernemerschap, heerlijk! Integendeel. Ik vond het doodeng.
En toch was er op een gegeven moment een stemmetje dat steeds harder werd.
Waarom ga je dit niet gewoon voor jezelf doen?
Ik werkte destijds bij een onderwijsgroep en hield me daar bezig met subsidies. Werk waar ik goed in was en wat ik leuk vond. Het grappige was dat de mensen om mij heen blijkbaar eerder dan ikzelf zagen wat ik ermee kon. Verschillende directeuren zeiden tegen me: “Waarom ga je dit niet voor jezelf doen?” Mijn vriend, inmiddels mijn man, zei precies hetzelfde.
Mijn eerste reactie was ongeveer: omdat ik dat dus echt niet ga doen. Ondernemen? Ik? Nee. Veel te spannend.
Maar het vervelende aan zo'n idee is dat je het daarna niet meer níét kunt weten. Want ergens wist ik dat ze gelijk hadden. Ik zag dat subsidies vaak onnodig ingewikkeld werden gemaakt, terwijl ik dacht: maar jongens, volgens mij hoeft dit helemaal niet zo complex te zijn. Je moet gewoon snappen wat er gevraagd wordt, zorgen dat je verhaal klopt en het vervolgens goed regelen. Waarom wordt hier zo moeilijk over gedaan?
Dat blijkt achteraf behoorlijk kenmerkend te zijn voor hoe ik onderneem. Ik zie iets waarvan ik denk: maar dit kan toch veel makkelijker, leuker of slimmer? En dan wil ik het dus ook gaan doen. Niet eerst drie jaar onderzoeken waarom iedereen het doet zoals het gedaan wordt, maar kijken of mijn manier werkt.
Dat stemmetje ging alleen niet meer weg.
Op dat moment was ik zwanger van mijn eerste kind en dat speelde uiteindelijk een belangrijke rol in mijn beslissing om tóch te springen. Niet omdat zwanger zijn nou het meest voor de hand liggende moment is om te denken: weet je wat een uitstekend idee is? Laten we er ook nog even een onderneming bij beginnen.
Maar juist omdat ik moeder zou worden, begon het steeds meer te wringen. Ik bleef dat gevoel houden. Dat stemmetje van binnen dat zei: ga het nou gewoon doen. Op een gegeven moment dacht ik: als ik dit zelf niet durf, wat voor voorbeeld ben ik dan straks? Hoe kan ik mijn kind later vertellen dat hij zijn gevoel moet volgen, kansen moet pakken en dingen moet proberen, als ik zelf denk: ja leuk verhaal, maar mama vond het een beetje spannend dus die heeft het maar niet gedaan?
Daar kwam bij dat mijn vriend iets heel simpels tegen me zei: “Ik heb ons. Dus je hebt geen risico.” Natuurlijk betekende dat niet letterlijk dat er geen risico was. Dat was er wel degelijk. Maar ik wist ook dat als het allemaal mis zou gaan, we niet ineens onder een brug zouden wonen.
En soms heb je volgens mij helemaal niet iemand nodig die je precies vertelt hoe je iets moet doen. Soms heb je gewoon iemand nodig die zegt: doe maar. Ik geloof wel dat jij dit kunt.
Dus ik deed het.
Mijn eigen subsidiebureau beginnen.
Ik startte mijn eigen subsidiebureau en ging in eerste instantie eigenlijk gewoon doen wat ik daarvoor ook al deed, alleen nu voor mezelf. Geen revolutionair businessmodel, geen maandenlange marktvalidatie en geen gelikte funnel. Volgens mij kende ik het woord funnel toen niet eens.
Ik wist gewoon: hier ben ik goed in, hier hebben organisaties behoefte aan en ik denk dat ik dit op mijn eigen manier beter kan doen. Dus ging ik. En het liep. Niet een beetje, maar heel hard. Binnen drie jaar had ik een miljoenenbedrijf opgebouwd.
Als je me dat had verteld toen ik nog in loondienst zat en bij het idee van ondernemen ongeveer spontaan buikpijn kreeg, had ik je waarschijnlijk niet geloofd. Achteraf snap ik wel waarom het werkte. Ik probeerde namelijk niet te ondernemen zoals ik dacht dat een ondernemer hoorde te ondernemen. Ik deed het zoals het voor mij logisch voelde.
En dat doe ik eigenlijk nog steeds.
Misschien bén je geen ondernemer voordat je gaat ondernemen.
Dat vind ik achteraf misschien wel het grappigste. Niemand keek vroeger naar mij en dacht: die gaat later bedrijven bouwen. Nu zeggen mensen dat ik een rasondernemer ben. Maar wanneer is dat dan gebeurd?
Ik denk ergens onderweg. Doordat ik begon, fouten maakte en ontdekte dat ik veel meer kon dan ik dacht. Maar vooral doordat ik merkte dat het helemaal niet nodig is om vooraf te weten hoe alles moet. Sterker nog: inmiddels weet ik wel zeker dat het toch nooit gaat zoals je vooraf hebt bedacht.
Je kunt eindeloos plannen maken, maar ergens onderweg gebeurt er altijd iets. Een klant zegt iets waardoor je aanbod verandert. Een medewerker vertrekt. Er komt ineens een kans voorbij die je helemaal niet had voorzien. Iets waarvan je overtuigd was dat het fantastisch zou worden, blijkt helemaal niet te werken. En iets wat je bijna voor de grap probeert, blijkt ineens een heel goed idee.
Dat is ondernemen voor mij veel meer dan het perfecte ondernemersplan uitvoeren. Je begint ergens en daarna blijf je kijken, aanpassen, proberen en doorgaan.
Inmiddels start ik gewoon een ijssalon zonder horeca-ervaring.
Het contrast met toen vind ik zelf behoorlijk grappig. De Daniëlle van toen durfde nauwelijks een subsidiebureau te beginnen terwijl ze nota bene al jaren verstand had van subsidies. De Daniëlle van nu denkt blijkbaar: weet je wat leuk is? Een ijssalon.
Had ik horeca-ervaring? Nee. Wist ik alles van ijs? Ook niet. En toch ben ik het gaan doen.
Ook daar waren natuurlijk mensen die zeiden: “Maar waarom?” Nou, omdat ik het wilde. Omdat het goed voelde en omdat ik dacht dat het kon. Natuurlijk heb ik onderweg ontzettend veel moeten leren, maar de ijssalon werd een groot succes en ik ben nog steeds heel blij dat ik niet eerst drie jaar ben gaan onderzoeken of ik wel voldoende gekwalificeerd was om ijs te verkopen.
Dat is misschien wel het grootste verschil tussen mij toen en mij nu. Ik heb geleerd dat je niet overal vooraf toestemming voor nodig hebt.
Wat houdt je nou écht tegen om te beginnen met ondernemen?
Ik spreek inmiddels regelmatig mensen die eigenlijk ook willen ondernemen. Ze hebben een idee, ze weten ergens diep van binnen allang wat ze willen en toch blijven ze hangen. Dan komen de praktische redenen. Eerst moet dit nog. Ze moeten nog wat meer ervaring krijgen. De website is nog niet af. Ze willen nog een opleiding volgen. Het aanbod moet nog scherper. Het moment is niet ideaal.
En soms klopt dat natuurlijk echt. Ik ga ook niet tegen iedereen roepen dat die morgen zijn baan moet opzeggen en maar moet kijken waar het schip strandt. Maar heel vaak zit er onder al die redenen volgens mij iets anders: “Volgens mij ben ik nog niet goed genoeg.”
Daar kun je twintig ondernemersboeken over lezen en nog zes cursussen voor volgen, maar uiteindelijk moet je volgens mij een veel simpelere vraag beantwoorden: wat heb jij nodig om wél te durven?
Misschien kun je jezelf die toestemming nog niet geven. Prima. Dan leen je hem even van iemand anders. Bel je moeder, je vader, je broer, je zus, je partner of die ene vriendin die jou goed kent en waarvan je weet dat ze eerlijk tegen je is. Vertel wat je wilt doen en vraag wat diegene denkt.
En als iedereen om je heen vervolgens roept dat je het absoluut niet moet doen, heb ik eigenlijk nog maar één vraag voor je: wil jij het nog steeds?
Als het antwoord ja is, zou ik daar heel goed naar luisteren.
Ik vertrouw inmiddels op iets anders.
Ik kan nu heel makkelijk zeggen: “Je moet gewoon gaan”, maar ik wil ook niet doen alsof dat altijd zo makkelijk is geweest. Dat was het voor mij namelijk helemaal niet.
Ik heb de afgelopen jaren ontzettend veel innerlijk werk gedaan om steeds meer op mijn eigen gevoel en intuïtie te leren vertrouwen. Daardoor heb ik nu iets wat ik vroeger veel minder had: het vertrouwen dat het uiteindelijk goedkomt.
Dat betekent niet dat alles lukt. Dat vind ik echt iets anders. Bedrijven kunnen mislukken, ideeën kunnen slecht blijken te zijn, mensen kunnen je teleurstellen, je kunt geld verliezen en je kunt ergens volledig naast zitten. Dat is mij allemaal ook overkomen.
Maar wat er ook gebeurt: ik heb altijd mezelf bij me. En daardoor komt het uiteindelijk wel goed. Als het nog niet goed is? Dan is het blijkbaar nog niet klaar.
Dat vertrouwen maakt ondernemen voor mij inmiddels heel anders. Ik hoef niet vooraf te weten hoe het hele verhaal afloopt. Ik hoef alleen te voelen dat ik de volgende stap wil zetten en erop te vertrouwen dat ik daarna wel weer zie wat er komt.
Dus waarom ben ik gaan ondernemen?
Niet omdat ik wist dat ik ondernemer was. Niet omdat ik zeker wist dat het een succes zou worden en al helemaal niet omdat ik niet bang was.
Ik ben gaan ondernemen omdat er iets in mij bleef zeggen dat ik het moest proberen. Eerst heel zachtjes en daarna steeds harder. Tot het op een gegeven moment enger voelde om daar níét naar te luisteren dan om daadwerkelijk de sprong te wagen.
Daar ben ik nog iedere dag blij om.
Want als ik één ding heb geleerd sinds ik die eerste stap zette, is het dat je niet eerst hoeft te weten of je ergens goed in gaat zijn. Je hoeft ook niet te wachten tot iemand jou officieel tot ondernemer heeft uitgeroepen.
Soms moet je gewoon beginnen en onderweg ontdekken wie je blijkbaar al die tijd al was.